Bitcoinbelegger mag toch in bezwaar, ondanks afstand in VSO
Een ondernemer die in bitcoins belegt, sluit een vaststellingsovereenkomst (VSO) met de Belastingdienst waarin zijn cryptovermogen wordt vastgesteld. In de VSO staat dat hij afziet van bezwaar en beroep ter zake van in de overeenkomst geregelde onderwerpen. Direct na ondertekening wordt zijn cryptowallet gehackt en is zijn volledige cryptovermogen gestolen. De Belastingdienst legt een navorderingsaanslag op over een forfaitair rendement in box 3 en weigert het bezwaar inhoudelijk te behandelen. De rechtsvraag is of de afstand van bezwaar en beroep zich ook uitstrekt tot de belastingheffing.
Standpunten van de partijen
De ondernemer stelt dat de VSO uitsluitend betrekking heeft op de vaststelling van zijn box 3-vermogen. De belastingheffing zelf is volgens hem niet uitdrukkelijk geregeld in de VSO. Zijn afstand van bezwaar en beroep geldt alleen voor expliciet geregelde onderwerpen. Daarnaast voert hij aan dat door de diefstal van zijn bitcoins sprake is van een buitensporige last, verwijzend naar het Kerstarrest.
De inspecteur meent dat met overeenstemming over de hoogte van het vermogen ook de belastingheffing vaststaat. Hij stelt dat de forfaitaire heffing rechtstreeks uit de wet voortvloeit. In de VSO staat dat deze bedragen worden nagevorderd, wat volgens de inspecteur impliceert dat ook de belastingheffing onder de VSO valt. Hij verklaart het bezwaar ongegrond zonder inhoudelijke behandeling.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank oordeelt dat het essentieel is om vast te stellen of de belastingheffing een in de VSO geregeld onderwerp is. De rechtbank constateert dat vanaf het eerste contact over berekening van de te betalen belasting gesproken is als afzonderlijk onderwerp. Uit de VSO blijkt echter niet dat hierover gesproken is.
Het belastbare box 3-inkomen bedraagt 5% van het werkelijke vermogen. Dit komt door het box 3-systeem dat belasting heft over een fictief rendement in plaats van over het werkelijke vermogen. De rechtbank verwijst naar het Kerstarrest uit 2021, dat bepaalt dat dit forfaitaire systeem onrechtmatig kan zijn wanneer het werkelijke rendement aanzienlijk lager is dan het forfaitaire rendement.
In deze zaak is het werkelijke rendement door de hack van de bitcoinwallet zelfs negatief geworden. De belastingplichtige verliest zijn volledige vermogen, terwijl hij wel belasting moet betalen over een fictief rendement. De rechtbank concludeert dat de ondernemer ten aanzien van de belastingheffing niet ondubbelzinnig afstand heeft gedaan van zijn recht op bezwaar en beroep. De ondernemer kan hierover in bezwaar gaan, omdat de belastingheffing niet expliciet in de VSO is geregeld.
Buitensporige last
De rechtbank maakt een belangrijk onderscheid tussen de vaststelling van het box 3-vermogen en de belastingheffing daarover. Vooral sinds het Kerstarrest staat de forfaitaire heffing niet meer automatisch vast zodra het vermogen is vastgesteld. Belangrijk voor cryptobeleggers: zelfs bij een vastgesteld vermogen van miljoenen kunnen omstandigheden zoals een hack leiden tot een beroep op een buitensporige last.
Ook interessant voor jou
Een ondernemer kan de omzetbelasting, die door andere ondernemers aan hem voor door hen verrichte leveringen en diensten in rekening is gebracht, in aftrek brengen. Voorwaarde is dat de goederen en diensten door de ondernemer worden gebruikt in het kader van zijn onderneming. Volgens de Hoge Raad geldt in beginsel de persoon aan wie door een ondernemer een factuur is uitgereikt waarin hij wordt genoemd als degene aan wie de levering of dienst is verricht als afnemer van de prestatie. Behoudens tegenbewijs is deze persoon degene die recht heeft op aftrek van voorbelasting indien aan de voorwaarden daarvoor is voldaan.
Een bv kocht een auto voor een bedrag van € 85.000. In dit bedrag was € 13.245 aan omzetbelasting begrepen. De bv heeft dit bedrag aan omzetbelasting als voorbelasting in mindering gebracht op de aangifte omzetbelasting. Een maand later verkocht de bv de auto aan haar dga voor € 15.000, inclusief € 1.122 aan omzetbelasting. De auto is door de oorspronkelijke verkoper direct geleverd aan de dga. Na een boekenonderzoek heeft de Belastingdienst de aftrek van voorbelasting bij de bv gecorrigeerd door het opleggen van een naheffingsaanslag. De correctie bedroeg per saldo € 12.123.
In de procedure over de naheffingsaanslag was onder meer in geschil of de bv ter zake van de levering van de auto recht heeft op aftrek van voorbelasting. Een ander punt van geschil was of het verschil tussen aan- en verkoopprijs van de auto, dat als verkapte dividenduitkering is aangemerkt, onderdeel is van de vergoeding voor de overdracht van de auto aan de dga. De rechtbank diende daarnaast de vraag te beantwoorden of sprake is van misbruik van recht, waardoor geen recht bestaat op aftrek van voorbelasting en of de vergrijpboete terecht is opgelegd.
De rechtbank stelde vast dat de factuur op naam van de bv is gesteld en dat zij daarin wordt verplicht die factuur te betalen. Niet in geschil is dat de bv de factuur heeft voldaan. De Belastingdienst betwistte dat de bv de afnemer van de auto is. Het is daarom aan de Belastingdienst om te bewijzen dat de levering van de auto niet aan de bv is verricht. De Belastingdienst wees erop dat het kenteken van de auto niet op naam van de bv is gesteld en dat de auto niet is gebruikt binnen de onderneming van de bv. De auto is bij de oorspronkelijke verkoper blijven staan tot na het moment waarop deze was doorverkocht door de bv aan de dga. De bv heeft geen nader bewijs aangedragen waaruit blijkt dat zij de afnemer is van de auto. De naheffingsaanslag is daarom terecht en niet te hoog opgelegd.
Hoewel het kabinet demissionair is en het Belastingplan dus beleidsarm, is het totale pakket aan wetsvoorstellen omvangrijker dan ooit tevoren. Het pakket Belastingplan 2024 bestaat uit niet minder dan 15 wetsvoorstellen, met een breed palet aan maatregelen op verschillende terreinen. Het eigenlijke wetsvoorstel Belastingplan 2024 omvat zoals gebruikelijk maatregelen met een budgettair effect.
Gelet op de demissionaire status van het kabinet en met de verkiezingen in aantocht is de vraag wat er van al deze plannen terecht komt. De verwachting is dat alle partijen zich zullen willen profileren en hun stempel drukken op de uiteindelijke maatregelen.