Btw op verdedigingskosten bij corruptieonderzoek is aftrekbaar
Een internationale moedermaatschappij schakelt advocaten en adviseurs in wanneer autoriteiten in het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en de Verenigde Staten onderzoek doen naar omkoping binnen het concern. De juridische kosten bedragen bijna € 300 miljoen, met ruim € 60 miljoen aan btw. De vennootschap trekt die btw pro rata af. De inspecteur weigert een deel van de aftrek en legt over 2016 tot en met 2019 naheffingsaanslagen op. De rechtbank vernietigt de naheffingen, omdat de kosten de economische activiteiten van de vennootschap veiligstellen.
Schikking van miljarden
De autoriteiten verdenken het concern van omkoping via tussenpersonen bij het binnenhalen van orders. In januari 2020 treft de vennootschap schikkingen om strafvervolging te voorkomen en betaalt zij omgerekend ongeveer € 3,6 miljard. De juridische kosten zien op bijstand bij de onderzoeken, het afwenden van vervolging en een beter compliance- en ethiekprogramma. De vennootschap belast kosten door aan de commerciële divisie van het concern. Dat de btw op de compliancekosten aftrekbaar is, staat niet ter discussie.
Verboden handelingen?
De inspecteur vindt de btw op de onderzoeks- en advocaatkosten niet aftrekbaar. Volgens hem hangen die kosten rechtstreeks samen met omkoping en corruptie, die in de Europese Unie verboden zijn. Hij beroept zich primair op de arresten Einberger en Happy Family van het HvJ. Subsidiair sluit hij de btw op bijstand aan werknemers uit via het BUA. De vennootschap stelt dat de doorbelasting een belaste dienst aan de commerciële divisie is, zodat alle btw aftrekbaar is. Verder ziet zij de kosten als algemene kosten.
Twee standpunten sneuvelen
De rechtbank legt de bewijslast voor de verboden handelingen bij de inspecteur en de inspecteur slaagt hier niet in. De schikkingen en het betaalde bedrag zijn onvoldoende. Zelfs met dat bewijs is de aftrek niet zonder meer uitgesloten, want de Europese arresten gaan over niet goed vergelijkbare situaties. Ook het standpunt van de vennootschap strandt. Een doorbelasting van kosten is op zichzelf geen belaste dienst. De overeenkomsten met de commerciële divisie zijn achteraf opgesteld en de vennootschap geeft de kosten zelf aan als algemene kosten.
Vervolging raakt de onderneming
Volgens de vennootschap moet de bijstand aan werknemers hen vrijuit laten praten, in het belang van het interne onderzoek en de schikkingen. De rechtbank vindt die verklaring geloofwaardig en ziet het persoonlijke voordeel van de werknemers als ondergeschikt, zodat het BUA buiten toepassing blijft. Een strafvervolging kan de exportkredieten, vergunningen en nieuwe orders van het concern raken en zelfs zijn voortbestaan. De kosten dienen dus de algemene economische activiteiten van de vennootschap.
Ook interessant voor jou
Een ondernemer kan de omzetbelasting, die door andere ondernemers aan hem voor door hen verrichte leveringen en diensten in rekening is gebracht, in aftrek brengen. Voorwaarde is dat de goederen en diensten door de ondernemer worden gebruikt in het kader van zijn onderneming. Volgens de Hoge Raad geldt in beginsel de persoon aan wie door een ondernemer een factuur is uitgereikt waarin hij wordt genoemd als degene aan wie de levering of dienst is verricht als afnemer van de prestatie. Behoudens tegenbewijs is deze persoon degene die recht heeft op aftrek van voorbelasting indien aan de voorwaarden daarvoor is voldaan.
Een bv kocht een auto voor een bedrag van € 85.000. In dit bedrag was € 13.245 aan omzetbelasting begrepen. De bv heeft dit bedrag aan omzetbelasting als voorbelasting in mindering gebracht op de aangifte omzetbelasting. Een maand later verkocht de bv de auto aan haar dga voor € 15.000, inclusief € 1.122 aan omzetbelasting. De auto is door de oorspronkelijke verkoper direct geleverd aan de dga. Na een boekenonderzoek heeft de Belastingdienst de aftrek van voorbelasting bij de bv gecorrigeerd door het opleggen van een naheffingsaanslag. De correctie bedroeg per saldo € 12.123.
In de procedure over de naheffingsaanslag was onder meer in geschil of de bv ter zake van de levering van de auto recht heeft op aftrek van voorbelasting. Een ander punt van geschil was of het verschil tussen aan- en verkoopprijs van de auto, dat als verkapte dividenduitkering is aangemerkt, onderdeel is van de vergoeding voor de overdracht van de auto aan de dga. De rechtbank diende daarnaast de vraag te beantwoorden of sprake is van misbruik van recht, waardoor geen recht bestaat op aftrek van voorbelasting en of de vergrijpboete terecht is opgelegd.
De rechtbank stelde vast dat de factuur op naam van de bv is gesteld en dat zij daarin wordt verplicht die factuur te betalen. Niet in geschil is dat de bv de factuur heeft voldaan. De Belastingdienst betwistte dat de bv de afnemer van de auto is. Het is daarom aan de Belastingdienst om te bewijzen dat de levering van de auto niet aan de bv is verricht. De Belastingdienst wees erop dat het kenteken van de auto niet op naam van de bv is gesteld en dat de auto niet is gebruikt binnen de onderneming van de bv. De auto is bij de oorspronkelijke verkoper blijven staan tot na het moment waarop deze was doorverkocht door de bv aan de dga. De bv heeft geen nader bewijs aangedragen waaruit blijkt dat zij de afnemer is van de auto. De naheffingsaanslag is daarom terecht en niet te hoog opgelegd.
Hoewel het kabinet demissionair is en het Belastingplan dus beleidsarm, is het totale pakket aan wetsvoorstellen omvangrijker dan ooit tevoren. Het pakket Belastingplan 2024 bestaat uit niet minder dan 15 wetsvoorstellen, met een breed palet aan maatregelen op verschillende terreinen. Het eigenlijke wetsvoorstel Belastingplan 2024 omvat zoals gebruikelijk maatregelen met een budgettair effect.
Gelet op de demissionaire status van het kabinet en met de verkiezingen in aantocht is de vraag wat er van al deze plannen terecht komt. De verwachting is dat alle partijen zich zullen willen profileren en hun stempel drukken op de uiteindelijke maatregelen.