Fiscale risico’s bij schuiven met panden: wat u moet weten
In de complexe wereld van belastingen en onroerend goed kan het schuiven met panden aanzienlijke fiscale gevolgen met zich meebrengen. Het is essentieel om goed geïnformeerd te zijn over de potentiële risico's voordat u besluit tot een dergelijke transactie over te gaan.
Schuiven met panden
Een recente zaak biedt een leerzaam voorbeeld van de gevaren, die gepaard kunnen gaan met het schuiven met panden. Een ondernemer exploiteerde samen met zijn echtgenote in vof-verband een zorgboerderij. Op een bepaald moment trad de moeder van de ondernemer toe tot de vof. Zij bracht het gebruiksrecht van een pand, een bedrag in contanten en haar zakelijke relaties in, zonder hiervoor een vergoeding te ontvangen. Moeder was gerechtigd tot 20% van het resultaat van de vof. Later brengt moeder haar aandeel in de vof en de juridische eigendom van het pand in een nieuw op te richten bv in. De bv neemt de plaats van moeder in de vof in. Vervolgens geeft de bv nieuwe aandelen uit aan de ondernemer. In verband met de verkrijging van de aandelen heeft de ondernemer aangifte overdrachtsbelasting gedaan. In de aangifte claimde hij de toepassing van de bedrijfsopvolgingsvrijstelling. De inspecteur oordeelde anders en legde een naheffingsaanslag overdrachtsbelasting op. De ondernemer tekende bezwaar aan tegen de naheffingsaanslag. Dat werd door de inspecteur afgewezen, waarna de weg naar de rechter openstond. De kernvragen in deze zaak waren of sprake was van een belastbaar feit voor de overdrachtsbelasting en of de vrijstelling van overdrachtsbelasting voor een verkrijging in het kader van een bedrijfsopvolging van toepassing was.
Fictieve verkrijging voor de overdrachtsbelasting
Voor de overdrachtsbelasting geldt de verkrijging van aandelen in een vennootschap, waarvan de bezittingen grotendeels uit onroerende zaken bestaan, als de verkrijging van die onroerende zaken. Minstens 30% van de onroerende bezittingen van de vennootschap moeten daartoe bestaan uit in Nederland gelegen onroerende zaken. De activiteiten van de vennootschap moeten bestaan uit het aankopen, vervreemden en/of exploiteren van onroerende zaken.
De inspecteur stelde dat de bv een onroerende zaak exploiteerde, omdat zij het pand tegen een winstafhankelijke vergoeding ter beschikking stelde aan de vof. De ondernemer betwistte dat sprake was van exploitatie. Daarvan was naar zijn mening alleen sprake in het geval van verhuur of verpachting van een pand. De rechtbank oordeelde dat het begrip exploitatie ruimer is en ook andere vormen van terbeschikkingstelling omvat. Zowel moeder als de bv had naast de terbeschikkingstelling van het pand geen enkele betrokkenheid bij de zorgboerderij.
Bedrijfsopvolgingsregeling
Wat betreft de bedrijfsopvolgingsregeling stelde de ondernemer dat de zogenaamde doorkijkarresten van toepassing waren omdat economisch gezien de eigendom van het pand overging van moeder op zoon. De inspecteur deelde deze opvatting niet. De rechtbank oordeelde dat de doorkijkarresten niet van toepassing waren. De ondernemer had de aandelen niet van zijn moeder verkregen, maar door de uitgifte daarvan door de bv. De verkrijging van aandelen in de bv was een belastbaar feit voor de overdrachtsbelasting. De vrijstelling voor een verkrijging in het kader van een bedrijfsopvolging was daarop niet van toepassing.
Leerpunt schuiven met panden
Het belangrijkste leerpunt uit deze zaak is dat u voorzichtig moet zijn bij het schuiven met panden. Er kunnen zich onbedoelde fiscale gevolgen voordoen. Het is van cruciaal belang om deskundig advies in te winnen om deze gevolgen te vermijden.
Ook interessant voor jou
Een ondernemer kan de omzetbelasting, die door andere ondernemers aan hem voor door hen verrichte leveringen en diensten in rekening is gebracht, in aftrek brengen. Voorwaarde is dat de goederen en diensten door de ondernemer worden gebruikt in het kader van zijn onderneming. Volgens de Hoge Raad geldt in beginsel de persoon aan wie door een ondernemer een factuur is uitgereikt waarin hij wordt genoemd als degene aan wie de levering of dienst is verricht als afnemer van de prestatie. Behoudens tegenbewijs is deze persoon degene die recht heeft op aftrek van voorbelasting indien aan de voorwaarden daarvoor is voldaan.
Een bv kocht een auto voor een bedrag van € 85.000. In dit bedrag was € 13.245 aan omzetbelasting begrepen. De bv heeft dit bedrag aan omzetbelasting als voorbelasting in mindering gebracht op de aangifte omzetbelasting. Een maand later verkocht de bv de auto aan haar dga voor € 15.000, inclusief € 1.122 aan omzetbelasting. De auto is door de oorspronkelijke verkoper direct geleverd aan de dga. Na een boekenonderzoek heeft de Belastingdienst de aftrek van voorbelasting bij de bv gecorrigeerd door het opleggen van een naheffingsaanslag. De correctie bedroeg per saldo € 12.123.
In de procedure over de naheffingsaanslag was onder meer in geschil of de bv ter zake van de levering van de auto recht heeft op aftrek van voorbelasting. Een ander punt van geschil was of het verschil tussen aan- en verkoopprijs van de auto, dat als verkapte dividenduitkering is aangemerkt, onderdeel is van de vergoeding voor de overdracht van de auto aan de dga. De rechtbank diende daarnaast de vraag te beantwoorden of sprake is van misbruik van recht, waardoor geen recht bestaat op aftrek van voorbelasting en of de vergrijpboete terecht is opgelegd.
De rechtbank stelde vast dat de factuur op naam van de bv is gesteld en dat zij daarin wordt verplicht die factuur te betalen. Niet in geschil is dat de bv de factuur heeft voldaan. De Belastingdienst betwistte dat de bv de afnemer van de auto is. Het is daarom aan de Belastingdienst om te bewijzen dat de levering van de auto niet aan de bv is verricht. De Belastingdienst wees erop dat het kenteken van de auto niet op naam van de bv is gesteld en dat de auto niet is gebruikt binnen de onderneming van de bv. De auto is bij de oorspronkelijke verkoper blijven staan tot na het moment waarop deze was doorverkocht door de bv aan de dga. De bv heeft geen nader bewijs aangedragen waaruit blijkt dat zij de afnemer is van de auto. De naheffingsaanslag is daarom terecht en niet te hoog opgelegd.
Hoewel het kabinet demissionair is en het Belastingplan dus beleidsarm, is het totale pakket aan wetsvoorstellen omvangrijker dan ooit tevoren. Het pakket Belastingplan 2024 bestaat uit niet minder dan 15 wetsvoorstellen, met een breed palet aan maatregelen op verschillende terreinen. Het eigenlijke wetsvoorstel Belastingplan 2024 omvat zoals gebruikelijk maatregelen met een budgettair effect.
Gelet op de demissionaire status van het kabinet en met de verkiezingen in aantocht is de vraag wat er van al deze plannen terecht komt. De verwachting is dat alle partijen zich zullen willen profileren en hun stempel drukken op de uiteindelijke maatregelen.