Foutieve omschrijving maakt aanslag erfbelasting niet nietig
Een vrouw ontvangt een aanslag erfbelasting naar aanleiding van haar legitieme portie na het overlijden van haar vader. Op het aanslagbiljet vermeldt de Belastingdienst echter ten onrechte dat zij een legaat heeft ontvangen. De vrouw vreest problemen met de Franse belastingdienst en eist vernietiging van de aanslag. Het gerechtshof wijst, net als de rechtbank, haar eis af en oordeelt dat een administratieve fout in de omschrijving van de aanslag geen nietigheid van de aanslag tot gevolg heeft.
Administratieve fout
De Belastingdienst erkent dat er sprake is van een administratieve fout. Op het aanslagbiljet staat inderdaad ten onrechte 'legaat', waar 'legitieme portie' had moeten staan. Deze fout doet echter niet af aan de juistheid van de materiële belastingschuld. De vrouw is correct aangeslagen over hetgeen zij krachtens erfrecht heeft verkregen. De wijze waarop zij heeft verkregen, is irrelevant voor de heffing van erfbelasting.
Vereisten aanslag
Erfbelasting wordt geheven over hetgeen een persoon verkrijgt, ongeacht de juridische grondslag daarvan. Omdat de vrouw bevestigt dat de aanslag tot het juiste bedrag is opgelegd, bestaat er geen reden voor vernietiging. Het hof verwijst naar recente jurisprudentie van de Hoge Raad over de eisen waaraan een geldig aanslagbiljet moet voldoen. Essentieel is dat het biljet vermeldt wie de belastingschuldige is, wat de hoogte van de belastingschuld is, hoe betaald moet worden en binnen welke termijn.
Het onderhavige aanslagbiljet voldoet aan deze minimale eisen. De foutieve specificatie in de toelichting maakt dit niet anders. Er is geen sprake van strijdigheid met de grondwet of algemene beginselen van behoorlijk bestuur. De materiële belastingschuld is wel degelijk geformaliseerd in een rechtsgeldige belastingaanslag.
Nietigheid aanslag
Administratieve onjuistheden in de omschrijving maken een aanslag niet automatisch nietig, zolang de essentiële elementen correct zijn vermeld. Voor de erfbelasting is bepalend wat iemand krachtens erfrecht verkrijgt, niet op welke juridische grondslag. In deze zaak maakte de fout geen materieel verschil, omdat zowel legaten als legitieme porties onder hetzelfde belastingregime vallen.
Dit betekent niet dat elke foutieve omschrijving irrelevant is. Bij andere fouten kan de uitkomst anders zijn. Denk aan verkeerde belastingsoort, verkeerd jaar, verkeerde belastingplichtige of verkeerde grondslag die tot andere belastingconsequenties leidt.
Ook interessant voor jou
Een ondernemer kan de omzetbelasting, die door andere ondernemers aan hem voor door hen verrichte leveringen en diensten in rekening is gebracht, in aftrek brengen. Voorwaarde is dat de goederen en diensten door de ondernemer worden gebruikt in het kader van zijn onderneming. Volgens de Hoge Raad geldt in beginsel de persoon aan wie door een ondernemer een factuur is uitgereikt waarin hij wordt genoemd als degene aan wie de levering of dienst is verricht als afnemer van de prestatie. Behoudens tegenbewijs is deze persoon degene die recht heeft op aftrek van voorbelasting indien aan de voorwaarden daarvoor is voldaan.
Een bv kocht een auto voor een bedrag van € 85.000. In dit bedrag was € 13.245 aan omzetbelasting begrepen. De bv heeft dit bedrag aan omzetbelasting als voorbelasting in mindering gebracht op de aangifte omzetbelasting. Een maand later verkocht de bv de auto aan haar dga voor € 15.000, inclusief € 1.122 aan omzetbelasting. De auto is door de oorspronkelijke verkoper direct geleverd aan de dga. Na een boekenonderzoek heeft de Belastingdienst de aftrek van voorbelasting bij de bv gecorrigeerd door het opleggen van een naheffingsaanslag. De correctie bedroeg per saldo € 12.123.
In de procedure over de naheffingsaanslag was onder meer in geschil of de bv ter zake van de levering van de auto recht heeft op aftrek van voorbelasting. Een ander punt van geschil was of het verschil tussen aan- en verkoopprijs van de auto, dat als verkapte dividenduitkering is aangemerkt, onderdeel is van de vergoeding voor de overdracht van de auto aan de dga. De rechtbank diende daarnaast de vraag te beantwoorden of sprake is van misbruik van recht, waardoor geen recht bestaat op aftrek van voorbelasting en of de vergrijpboete terecht is opgelegd.
De rechtbank stelde vast dat de factuur op naam van de bv is gesteld en dat zij daarin wordt verplicht die factuur te betalen. Niet in geschil is dat de bv de factuur heeft voldaan. De Belastingdienst betwistte dat de bv de afnemer van de auto is. Het is daarom aan de Belastingdienst om te bewijzen dat de levering van de auto niet aan de bv is verricht. De Belastingdienst wees erop dat het kenteken van de auto niet op naam van de bv is gesteld en dat de auto niet is gebruikt binnen de onderneming van de bv. De auto is bij de oorspronkelijke verkoper blijven staan tot na het moment waarop deze was doorverkocht door de bv aan de dga. De bv heeft geen nader bewijs aangedragen waaruit blijkt dat zij de afnemer is van de auto. De naheffingsaanslag is daarom terecht en niet te hoog opgelegd.
Hoewel het kabinet demissionair is en het Belastingplan dus beleidsarm, is het totale pakket aan wetsvoorstellen omvangrijker dan ooit tevoren. Het pakket Belastingplan 2024 bestaat uit niet minder dan 15 wetsvoorstellen, met een breed palet aan maatregelen op verschillende terreinen. Het eigenlijke wetsvoorstel Belastingplan 2024 omvat zoals gebruikelijk maatregelen met een budgettair effect.
Gelet op de demissionaire status van het kabinet en met de verkiezingen in aantocht is de vraag wat er van al deze plannen terecht komt. De verwachting is dat alle partijen zich zullen willen profileren en hun stempel drukken op de uiteindelijke maatregelen.