Wijzigingen Milieubelastingen
Verhoging tarief belasting op leidingwater
Met de belasting op leidingwater wordt er belasting geheven over de levering van leidingwater, al dan niet van drinkwaterkwaliteit. De belasting is tot nu toe beperkt tot de eerste 50.000 m³ leidingwater per jaar per aansluiting. In het BP 2026 is geregeld dat het heffingsplafond per 1 januari 2027 vervalt en is de belastinggrondslag versmald naar water van drinkwaterkwaliteit. De belasting op leidingwater per 2027 wordt verhoogd met 10 cent per m³ van € 0,437 naar € 0,537 (prijspeil 2026). Het tarief wordt jaarlijks geïndexeerd.
Verlaging hoge tarief vliegbelasting
Per 1 januari 2027 wordt het tarief van de vliegbelasting gedifferentieerd naar afstand, gebaseerd op de eindbestemming van de passagier. Er gelden drie tarieven:
- laag tarief: € 31,04 per passagier;
- middentarief: € 49,87 per passagier; en
- hoog tarief: € 74,81 per passagier.
Duitsland heeft er recent voor gekozen de tarieven van de Duitse vliegbelasting per 1 juli 2026 te verlagen. Hierdoor zijn de tarieven in Duitsland lager dan de Nederlandse tarieven per 2027. Het kabinet stelt nu voor het hoge tarief in Nederland te verlagen tot het niveau van het hoge tarief van de Duitse vliegbelasting. Dat komt neer op een bedrag van € 59,43 (prijspeil 2027). Dit tarief geldt voor bestemmingen zoals de Verenigde Staten, Zuid-Afrika en Indonesië. Deze verlaging veroorzaakt een structurele budgettaire derving van € 61 mln. vanaf 2027.
Definitie eindbestemming vliegbelasting
De voorgestelde aanpassing maakt het mogelijk dat, wanneer er geen vervoersovereenkomst is (zoals bij privévluchten), de eindbestemming van een passagier ook met een ander passend bewijsstuk kan worden aangetoond, zodat in deze gevallen niet automatisch het hoogste tarief hoeft te worden toegepast.
Wijziging verlaagd energiebelastingtarief glastuinbouw
Het kabinet wil per 1 januari 2027 voor energieleveranciers een verplichting invoeren om een bepaalde hoeveelheid groen gas te leveren aan eindgebruikers in Nederland. Het betreft de afnemers, die binnen de afbakening van het tweede emissiehandelssysteem (ETS2) vallen. De bijmengverplichting groen gas gaat ook voor de glastuinbouwsector gelden. De meerprijs van groen gas leidt tot extra financiële lasten voor tuinbouwbedrijven. Daarom is afgesproken dat de glastuinbouw via aanpassing van de verlaagde energiebelastingtarieven tot en met 2030 wordt gecompenseerd voor de meerprijs van groen gas. Na 2030 loopt de compensatie stapsgewijs af.
Het kabinet heeft ervoor gekozen om enkel de meerkosten van de bijmengverplichting groen gas voor 2027 te compenseren via de energiebelasting. In het voorjaar van 2027 neemt het kabinet een besluit over de vorm van compensatie voor de bijmengverplichting in de periode na 2027. De compensatie in de energiebelasting in 2027 vindt alleen doorgang als de bijmengverplichting groen gas per 1 januari 2027 in werking treedt. Voor 2027 gaat het kabinet uit van een maximale meerprijs van groen gas van 1,5 cent per m3 aardgas. Naast verlaging van de energiebelastingtarieven in de schijven, waarvoor al een verlaagd energiebelastingtarief geldt (tot 1 miljoen m3 aardgas), wordt het verlaagde energiebelastingtarief voor de glastuinbouw in 2027 uitgebreid naar de derde schijf voor de glastuinbouw tot 10 miljoen m3 aardgas.
Ook interessant voor jou
Een ondernemer kan de omzetbelasting, die door andere ondernemers aan hem voor door hen verrichte leveringen en diensten in rekening is gebracht, in aftrek brengen. Voorwaarde is dat de goederen en diensten door de ondernemer worden gebruikt in het kader van zijn onderneming. Volgens de Hoge Raad geldt in beginsel de persoon aan wie door een ondernemer een factuur is uitgereikt waarin hij wordt genoemd als degene aan wie de levering of dienst is verricht als afnemer van de prestatie. Behoudens tegenbewijs is deze persoon degene die recht heeft op aftrek van voorbelasting indien aan de voorwaarden daarvoor is voldaan.
Een bv kocht een auto voor een bedrag van € 85.000. In dit bedrag was € 13.245 aan omzetbelasting begrepen. De bv heeft dit bedrag aan omzetbelasting als voorbelasting in mindering gebracht op de aangifte omzetbelasting. Een maand later verkocht de bv de auto aan haar dga voor € 15.000, inclusief € 1.122 aan omzetbelasting. De auto is door de oorspronkelijke verkoper direct geleverd aan de dga. Na een boekenonderzoek heeft de Belastingdienst de aftrek van voorbelasting bij de bv gecorrigeerd door het opleggen van een naheffingsaanslag. De correctie bedroeg per saldo € 12.123.
In de procedure over de naheffingsaanslag was onder meer in geschil of de bv ter zake van de levering van de auto recht heeft op aftrek van voorbelasting. Een ander punt van geschil was of het verschil tussen aan- en verkoopprijs van de auto, dat als verkapte dividenduitkering is aangemerkt, onderdeel is van de vergoeding voor de overdracht van de auto aan de dga. De rechtbank diende daarnaast de vraag te beantwoorden of sprake is van misbruik van recht, waardoor geen recht bestaat op aftrek van voorbelasting en of de vergrijpboete terecht is opgelegd.
De rechtbank stelde vast dat de factuur op naam van de bv is gesteld en dat zij daarin wordt verplicht die factuur te betalen. Niet in geschil is dat de bv de factuur heeft voldaan. De Belastingdienst betwistte dat de bv de afnemer van de auto is. Het is daarom aan de Belastingdienst om te bewijzen dat de levering van de auto niet aan de bv is verricht. De Belastingdienst wees erop dat het kenteken van de auto niet op naam van de bv is gesteld en dat de auto niet is gebruikt binnen de onderneming van de bv. De auto is bij de oorspronkelijke verkoper blijven staan tot na het moment waarop deze was doorverkocht door de bv aan de dga. De bv heeft geen nader bewijs aangedragen waaruit blijkt dat zij de afnemer is van de auto. De naheffingsaanslag is daarom terecht en niet te hoog opgelegd.
Hoewel het kabinet demissionair is en het Belastingplan dus beleidsarm, is het totale pakket aan wetsvoorstellen omvangrijker dan ooit tevoren. Het pakket Belastingplan 2024 bestaat uit niet minder dan 15 wetsvoorstellen, met een breed palet aan maatregelen op verschillende terreinen. Het eigenlijke wetsvoorstel Belastingplan 2024 omvat zoals gebruikelijk maatregelen met een budgettair effect.
Gelet op de demissionaire status van het kabinet en met de verkiezingen in aantocht is de vraag wat er van al deze plannen terecht komt. De verwachting is dat alle partijen zich zullen willen profileren en hun stempel drukken op de uiteindelijke maatregelen.